Naar de inhoud
Keuringsplicht

AREI-keuring in België: wat valt eronder en wat niet?

Het AREI keurt je elektrische installatie, niet je gereedschap. Laagspanning om de vijf jaar, door een erkend organisme. Waar je tools dan wel onder vallen.

Redactie Tooltagger6 min lezen

Wie in België zoekt op AREI-keuring, wil meestal één ding weten: wanneer moet de installatie weer gecontroleerd worden? Dat antwoord is kort. Maar onder die vraag zit een misverstand dat bedrijven met veel gereedschap geregeld in de problemen brengt — het AREI gaat niet over je boormachines.

Wat het AREI wel regelt

Het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties is ingevoerd bij het koninklijk besluit van 8 september 2019 en geldt sinds 1 juni 2020. Het bestaat uit drie boeken: laagspanning en zeer lage spanning, hoogspanning, en transmissie en distributie. Waar het over gaat, zijn installaties — de bedrading, de borden, de aarding, de kringen. Het vastgeschroefde deel van je gebouw dus.

De periodieke controle staat in hoofdstuk 6.5 van boek 1. De termijn is vijf jaar voor laagspanningsinstallaties en jaarlijks voor hoogspanningsinstallaties. Een huishoudelijke installatie hoeft pas na vijfentwintig jaar opnieuw; dat verschil verklaart waarom een aannemer en een particulier allebei “de elektrische keuring” zeggen en iets heel anders bedoelen.

Kortere termijnen gelden onder meer voor zones met ontploffingsgevaar en voor verplaatsbare, mobiele of tijdelijke installaties — de werfkast valt daaronder. Laat je erkend organisme bevestigen welke termijn op jouw situatie slaat, want dat is ook de partij die de controle moet uitvoeren. Een AREI-controle kun je niet zelf doen.

Sinds 1 april 2026 vallen ook gelijkstroominstallaties onder boek 1, door het KB van 6 oktober 2025. Dat raakt zonnepanelen, thuisbatterijen en laadpalen. Je gereedschap raakt het niet.

Waar je gereedschap dan wel onder valt

Een boormachine, een haakse slijper of een verlengkabel is geen installatie maar een arbeidsmiddel. Daarvoor geldt boek IV, titel 2 van de codex over het welzijn op het werk.

Artikel IV.2-14 van de codex verplicht de werkgever om arbeidsmiddelen die onderhevig zijn aan invloeden die tot gevaarlijke situaties kunnen leiden, te onderwerpen aan periodieke controles — en aan bijzondere controles telkens als er iets uitzonderlijks is gebeurd: een ombouw, een ongeval, een natuurverschijnsel of een lange periode van buitengebruikstelling.

Twee dingen vallen op aan dat artikel.

Er staat geen termijn in. Geen jaar, geen zes maanden, geen enkel getal. De werkgever bepaalt de frequentie zelf, op grond van hoe intensief het middel gebruikt wordt en in welke omgeving. Wie “jaarlijks” roept omdat dat nu eenmaal gebruikelijk is, doet een uitspraak die de wet zelf niet doet.

Je mag het zelf laten doen. Het artikel bepaalt dat de controles worden uitgevoerd door deskundigen, intern of extern aan de onderneming — onverminderd de gevallen waarin een externe dienst voor technische controles wettelijk verplicht is. Voor je installatie heb je dus een erkend organisme nodig; voor je handgereedschap een deskundige, en die mag gewoon op je eigen loonlijst staan.

Het verschil met NEN 3140

Veel Belgische bedrijven komen bij het zoeken naar keuringsinformatie op Nederlandse pagina’s uit, en omgekeerd werken Nederlandse aannemers over de grens. De systemen lijken op elkaar, maar de namen dekken niet dezelfde lading.

België Nederland
Vaste installatie AREI, vijfjaarlijks door een erkend organisme NEN 3140, interval uit de risicobeoordeling
Handgereedschap codex boek IV, titel 2 Arbobesluit en NEN 3140
Termijn in de wet geen, voor arbeidsmiddelen geen, voor arbeidsmiddelen
Wie mag keuren deskundige, intern of extern schriftelijk aangewezen deskundige

De belangrijkste overeenkomst is tegelijk de belangrijkste valkuil: in geen van beide landen staat er een getal in de wet voor je gereedschap. In beide landen moet je kunnen uitleggen waarom jouw termijn passend is. Een NEN 3140-sticker is in België geen bewijs van iets, en een AREI-attest zegt niets over de staat van je gereedschap.

De bepaling die op de werf telt

In hetzelfde artikel staat een zin die in de praktijk bijna niemand kent, en die voor iedereen met materieel buiten de deur de belangrijkste is:

Wanneer de betrokken arbeidsmiddelen buiten de onderneming worden gebruikt, moeten zij vergezeld gaan van een materieel bewijs van de laatste controle.

Niet in het kantoor, niet in een map op de server: bij het arbeidsmiddel. Gaat de slijpmachine mee naar de werf, dan moet op of bij die machine aantoonbaar zijn dat ze gecontroleerd is.

Daar komt de algemene bewaarplicht uit hetzelfde artikel bij: de resultaten van de controles moeten schriftelijk worden vastgelegd, ter beschikking blijven van de toezichthoudende ambtenaar en gedurende een gepaste tijd bewaard worden. “Een gepaste tijd” is opnieuw geen getal — maar één keuring van vorige maand is aantoonbaar te weinig als er naar een patroon gevraagd wordt.

Wat dit in de praktijk betekent

  1. Scheid de twee sporen. Zet de AREI-controle van je installaties in de agenda bij je erkend organisme, met de termijn die voor jouw installatie geldt. Behandel je gereedschap daarnaast als een eigen traject; het heeft een andere wettelijke grondslag, een andere frequentie en een andere keurder.
  2. Onderbouw de frequentie per soort. Niet alles hoeft even vaak. Leg vast waaróm een machine op een natte werf vaker aan de beurt is dan dezelfde machine in de werkplaats.
  3. Zorg dat het bewijs meereist. Een label op het object met een verwijzing naar het dossier voldoet aan de eis van een materieel bewijs, en is een stuk robuuster dan een sticker waar alleen een datum op staat.
  4. Registreer per object, niet per ronde. Een inspecteur vraagt niet of je “wel keurt”, maar wil de historie van dit ene stuk zien.
  5. Leg afkeuringen net zo hard vast als goedkeuringen. Afgekeurd materieel dat zonder spoor weer opduikt in de bestelwagen, is het scenario waarin deze hele administratie zich tegen je keert.

Werk je met gereedschap dat dagelijks de deur uitgaat, dan is dat laatste punt geen administratieve bijzaak. Materieelbeheer voor bouw en infra gaat precies over dat verschil tussen keuren en kunnen aantonen dat je gekeurd hebt.

Weet je nog niet welke frequentie bij jouw gereedschap past? De keuringsfrequentie-calculator rekent gebruik, omgeving en deskundigheid door tot een onderbouwd startpunt. Die rekenregels komen uit de Nederlandse praktijk, maar de drie factoren waarop ze stoelen zijn dezelfde die de Belgische wet van je verlangt.

Aan de slag

In vijf minuten
live.

Account aanmaken, eerste tool scannen, keuring inplannen. Geen verkoopgesprek vooraf, geen implementatietraject, geen creditcard.

  • 14 dagen gratis
  • Geen creditcard nodig
  • Maandelijks opzegbaar