Machineverordening 2023/1230: wanneer wordt aanpassen een substantiële wijziging?
Vanaf 20 januari 2027 staat in de wet wanneer je door een wijziging aan een machine fabrikant wordt. Wanneer een aanpassing daaronder valt, wat je dan moet regelen, en wat de keuring ermee te maken heeft.
Vanaf 20 januari 2027 geldt de Machineverordening (EU) 2023/1230 in plaats van de Machinerichtlijn. Pas je daarna als bedrijf een machine aan op een manier die de fabrikant niet voorzag, ontstaat daardoor een nieuw gevaar of een groter risico, en zijn er daarom beveiligingen nodig die in het veiligheidscontrolesysteem ingrijpen of extra maatregelen voor stabiliteit of mechanische sterkte, dan word je voor die machine fabrikant. Dan hoort er een risicobeoordeling bij, een technisch dossier, een conformiteitsbeoordeling, een EU-conformiteitsverklaring en een CE-markering. Valt de machine onder de periodieke keuring, dan is een keuring na de aanpassing daarnaast gewoon nodig — maar die vervangt dat traject niet.
Welke arbeidsmiddelen in het algemeen gekeurd moeten worden, staat in welke middelen zijn keuringsplichtig. Hier gaat het om één vraag daarbinnen: wat er gebeurt als je een machine verandert. Stand: 16 september 2026.
Wat er op 20 januari 2027 verandert
De Machineverordening is al sinds juli 2023 in werking, maar geldt pas vanaf 20 januari 2027. Op die dag wordt Richtlijn 2006/42/EG ingetrokken (artikel 51). In de oorspronkelijke tekst in het Publicatieblad stond 14 januari 2027; een rectificatie van 4 juli 2023 maakte daar 20 januari van. Kom je 14 januari tegen, dan komt die bron uit de ongecorrigeerde versie.
De verordening stelt eisen op het moment dat een machine in de handel wordt gebracht of in bedrijf wordt gesteld. Voor de machines die je al gebruikt, verandert er op 20 januari 2027 dus niets. Artikel 52 regelt daarnaast dat machines die vóór die datum volgens de Machinerichtlijn in de handel zijn gebracht, daarna nog op de markt mogen worden aangeboden.
Wat wél nieuw is, is de regel voor wijzigingen. De Machinerichtlijn had geen definitie van een wijziging en geen artikel dat zei wanneer je daardoor fabrikant wordt. De Nederlandse Arbeidsinspectie schrijft in haar werkinstructie over gewijzigde machines letterlijk: “De Machinerichtlijn 2006/42/EG geeft hier zelf geen uitsluitsel over.” Volgens diezelfde werkinstructie krijgt wie een machine ingrijpend wijzigt nu al de verplichtingen van een fabrikant. De verordening zet de regel voor het eerst in de wet, in artikel 3 punt 16 en artikel 18.
Wanneer is een aanpassing een substantiële wijziging?
De definitie staat in artikel 3, punt 16. Het is één lange zin, en elk deel ervan telt:
“niet door de fabrikant voorziene of geplande wijziging van een machine of verwant product met fysieke of digitale middelen nadat die machine of dat verwante product in de handel is gebracht of in bedrijf is gesteld, die gevolgen heeft voor de veiligheid van die machine of dat verwante product, door een nieuw gevaar te creëren of een bestaand risico te vergroten, zodat het volgende vereist is: a) de toevoeging van afschermingen of beveiligingsinrichtingen aan die machine of dat verwante product waarvan de realisatie een wijziging vereist van het bestaande veiligheidscontrolesysteem, of b) de vaststelling van aanvullende beschermingsmaatregelen om de stabiliteit of de mechanische sterkte van de machine of dat verwante product te waarborgen”
Uit elkaar gehaald zijn het drie toetsen, en ze moeten alle drie kloppen.
De fabrikant heeft de wijziging niet voorzien. Een opzetstuk dat de fabrikant zelf aanbiedt en in zijn gebruiksaanwijzing beschrijft, is geen wijziging in deze zin. Een zelfgelaste mal, een andere aandrijving of een ombouw voor een product waar de machine nooit voor bedoeld was, valt wel onder deze eerste toets.
Dan de tweede toets: de wijziging raakt de veiligheid, omdat er een nieuw gevaar bijkomt of een bestaand risico groter wordt. Hogere snelheid, een groter bereik, een nieuwe bewegende as, een zwaardere last dan waarvoor het frame berekend is.
En de derde: om dat risico af te dekken is een van twee dingen nodig. Ofwel afschermingen of beveiligingen die alleen werken als je het bestaande veiligheidscontrolesysteem aanpast — denk aan een lichtscherm of een deurschakelaar die in de noodstopketen moet worden opgenomen. Ofwel extra maatregelen voor stabiliteit of mechanische sterkte, zoals een machine die op een verrijdbaar onderstel komt of een kraanarm die langer wordt.
Die derde toets is smaller dan hij op het eerste gezicht lijkt. Ontstaat er een nieuw gevaar, maar is volgens je risicobeoordeling een vaste afscherming voldoende die niets met de besturing te maken heeft, dan valt de aanpassing volgens de letter van de definitie niet onder artikel 3 punt 16. Een vrije keuze is dat niet: moet iemand vaak bij de gevarenzone kunnen, dan vragen de veiligheidseisen van bijlage III een vergrendelde afscherming, en die grijpt wél in de besturing in. En je Arbo-verplichtingen blijven hoe dan ook overeind. Artikel 7.3, derde lid, van het Arbobesluit eist dat een arbeidsmiddel geschikt is voor het werk “of daartoe behoorlijk aangepast”.
“Met fysieke of digitale middelen” staat er niet voor niets. Een software-aanpassing die een veiligheidsfunctie verandert, kan net zo goed een substantiële wijziging zijn als een lasnaad.
Wat er niet onder valt
Reparatie en onderhoud. Overweging 26 van de verordening zegt het zo: “Reparatie- en onderhoudswerkzaamheden die geen invloed hebben op de conformiteit van de machine of het verwante product met de relevante essentiële gezondheids- en veiligheidseisen, mogen echter niet als substantiële wijzigingen worden beschouwd.” Een versleten motor vervangen door hetzelfde type, een kapotte afscherming vernieuwen, een sensor van gelijke specificatie terugplaatsen: onderhoud.
Wat je niet uit de tekst haalt
Waar precies de grens ligt bij een concrete machine, is nog niet uitgewerkt. De Europese Commissie heeft voor de Machinerichtlijn een toepassingsgids. Een gids voor de verordening is in de maak, en substantiële wijziging is een van de onderwerpen, maar op 16 september 2026 staat die nog niet op de pagina over machines van de Commissie. Wie je nu een sluitende lijst voorbeelden geeft, loopt vooruit op een uitleg die er nog niet is. De beslissing ligt dus bij je eigen risicobeoordeling — en die moet je kunnen laten zien.
Wat je moet regelen als het er een is
Artikel 18 is de bepaling die het verschil maakt:
“Een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die een machine of een verwant product substantieel wijzigt, wordt voor de toepassing van deze verordening als fabrikant beschouwd en is onderworpen aan de in artikel 10 vastgestelde verplichtingen van de fabrikant voor die machine of dat verwante product …”
Je neemt dan de verplichtingen over die de oorspronkelijke fabrikant had. Artikel 10 en de bijlagen noemen ze: de machine moet voldoen aan de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen van bijlage III, je voert een risicobeoordeling uit, je stelt de technische documentatie van bijlage IV op en voert de conformiteitsbeoordeling van artikel 25 uit. Daarna stel je een EU-conformiteitsverklaring op en breng je de CE-markering aan. De machine krijgt een gebruiksaanwijzing mee, en de technische documentatie en de verklaring bewaar je ten minste tien jaar.
Welke conformiteitsbeoordeling past, hangt af van de machine (artikel 25). Staat de machine niet in bijlage I van de verordening, dan doe je die zelf, via interne productiecontrole. Staat hij in deel A van die bijlage, dan is een aangemelde instantie nodig. Staat hij in deel B, dan alleen als je niet volledig volgens de geharmoniseerde normen of gemeenschappelijke specificaties hebt gebouwd.
Het hoeft niet altijd een hele productielijn te zijn. Maakt de machine deel uit van een samenstel en raakt de wijziging alleen de veiligheid van die ene machine, dan gelden de verplichtingen alleen voor die machine in het samenstel, “zoals aangetoond in de risicobeoordeling”. Overweging 26 voegt eraan toe dat je de tests niet hoeft te herhalen en geen nieuwe documentatie hoeft op te stellen voor de machines in het samenstel waar de wijziging geen betrekking op heeft.
Aanpassen voor eigen gebruik telt ook
Je zou denken dat dit alleen geldt als je de machine daarna verkoopt. Dat klopt niet. De verordening maakt één uitzondering, in de derde alinea van artikel 18: “Niet-professionele gebruikers die hun machine of verwant product substantieel wijzigen voor eigen gebruik, worden voor de toepassing van deze verordening niet als fabrikant beschouwd”. Wie een machine voor zijn werk gebruikt, is volgens artikel 3 punt 36 een professionele gebruiker, en overweging 11 noemt de niet-beroepsmatige gebruiker in één adem met de consument. Artikel 18 noemt bovendien uitdrukkelijk de rechtspersoon. Een bedrijf dat een machine in zijn eigen werkplaats ombouwt, valt dus niet onder de uitzondering.
Wat de keuring ermee te maken heeft
Twee regimes lopen hier naast elkaar, en ze gaan over iets anders.
De Machineverordening is productwetgeving. Artikel 18 en artikel 10 bepalen wat er geregeld moet zijn vóórdat de gewijzigde machine weer in bedrijf gaat.
Het Arbobesluit gaat over het gebruik. Artikel 7.4a, vierde lid eist dat een arbeidsmiddel dat aan verslechtering onderhevig is opnieuw wordt gekeurd “telkens wanneer zich uitzonderlijke gebeurtenissen hebben voorgedaan die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid van het arbeidsmiddel”. Als zo’n gebeurtenis noemt het lid uitdrukkelijk: “veranderingen aan het arbeidsmiddel”.
Is de machine een arbeidsmiddel dat aan verslechtering onderhevig is, dan levert een aanpassing dus altijd een keuringsmoment op, ongeacht of het een substantiële wijziging is. En een goedgekeurde keuring zegt niets over de vraag of de wijziger zijn fabrikantsverplichtingen heeft nagekomen. De keurmeester beoordeelt of het arbeidsmiddel veilig functioneert; de CE-markering en de verklaring komen van degene die de wijziging heeft gedaan.
Voor een keurmeester betekent dat iets praktisch. Kom je bij een klant een machine tegen die duidelijk is omgebouwd — een extra as, een ander onderstel, een beveiliging die er bij de vorige keuring niet zat — dan is dat een bevinding om vast te leggen, met de vraag erbij of er een risicobeoordeling van de aanpassing ligt.
Wat er in het dossier moet zitten
Wie een machine substantieel wijzigt, bouwt per machine een dossier op. Uit artikel 10 en bijlage IV volgt minimaal:
- de risicobeoordeling van de wijziging, met “de documentatie over de risicobeoordeling waaruit de gevolgde procedure blijkt” (bijlage IV, deel A)
- de technische documentatie van de gewijzigde machine
- de EU-conformiteitsverklaring, die volgens bijlage V, deel A, “de substantieel gewijzigde machine” identificeert
- de bijgewerkte gebruiksaanwijzing
Daar komt het keuringsbewijs uit het Arbobesluit bij. Artikel 7.4a, zesde lid: “Schriftelijke bewijsstukken van de uitgevoerde keuringen zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan de toezichthouder.”
Die stukken horen bij het object, niet in een map op de server van de afdeling die de ombouw deed. Tien jaar is lang: de collega die de risicobeoordeling schreef, werkt er dan misschien niet meer. In Tooltagger hangen bestanden direct aan de tool — hoe dat werkt, staat in bestanden uploaden bij een tool. Dan staan de conformiteitsverklaring, de risicobeoordeling en elk keuringsrapport op één plek, bij het label dat op de machine zit.
Wat er nog niet bekend is
Een paar dingen zijn op 16 september 2026 nog open.
De Nederlandse uitvoering. Het huidige Warenwetbesluit machines geldt nog ongewijzigd. Er ligt een concept voor een Warenwetbesluit machines 2026, dat het huidige besluit intrekt en per 20 januari 2027 in werking moet treden. Publicatie was volgens het Platform Machineverordening gepland voor eind september of begin oktober 2026. Tot het in het Staatsblad staat, is het een concept en kan de tekst nog veranderen.
De uitleg van de Arbeidsinspectie. Haar werkinstructie over gewijzigde machines is gebaseerd op de Machinerichtlijn en geeft een eigen vertaling van een concepttekst van de verordening. Daarin heet het nog een “ingrijpende wijziging”, met een ruimere omschrijving dan de definitie die er uiteindelijk is gekomen. Een bijgewerkte versie is nog niet gepubliceerd.
En de oudere machines. De verordening heeft geen aparte regel voor machines zonder CE-markering, van vóór 1995. De tekst van artikel 3 punt 16 maakt geen onderscheid naar wanneer een machine in de handel kwam. Hoe de toezichthouder daar onder de verordening mee omgaat, is niet gepubliceerd.
Veelgestelde vragen
Geldt de Machineverordening ook voor machines die ik al heb?
Voor de machine zoals hij nu is: nee. De verordening stelt eisen bij het in de handel brengen en in bedrijf stellen, en dat is voor je bestaande machines al gebeurd. Pas je zo’n machine na die datum substantieel aan, dan maakt de definitie geen onderscheid naar het bouwjaar. Een uitleg van de Europese Commissie daarover is er nog niet.
Ik pas een machine nu aan, vóór 20 januari 2027. Welke regels gelden?
De Machinerichtlijn. Die heeft geen definitie van een wijziging. De Arbeidsinspectie beoordeelt gewijzigde machines volgens haar werkinstructie: wie een machine ingrijpend wijzigt, krijgt de fabrikantsverplichtingen.
Is het vervangen van een onderdeel een substantiële wijziging?
Niet als het reparatie of onderhoud is dat de conformiteit met de veiligheidseisen niet raakt. Een onderdeel van hetzelfde type of dezelfde specificatie terugplaatsen valt daaronder. Een zwaardere motor die de machine sneller maakt, niet per se.
Kan een software-update een substantiële wijziging zijn?
Ja, als de update niet van de fabrikant komt — een update die de fabrikant zelf uitbrengt, is voorzien. De definitie spreekt uitdrukkelijk van een wijziging “met fysieke of digitale middelen”. Verandert de update een veiligheidsfunctie en ontstaat daardoor een nieuw gevaar of een groter risico, dan geldt dezelfde toets als bij een mechanische ombouw.
Word ik fabrikant als ik een machine alleen in mijn eigen bedrijf gebruik?
Ja, als de wijziging substantieel is. De uitzondering voor eigen gebruik in artikel 18 geldt alleen voor niet-professionele gebruikers.
Moet ik na een aanpassing opnieuw laten keuren?
Ja, voor arbeidsmiddelen die aan verslechtering onderhevig zijn. Artikel 7.4a, vierde lid, van het Arbobesluit noemt “veranderingen aan het arbeidsmiddel” uitdrukkelijk als reden voor een nieuwe keuring. Dat geldt los van de vraag of de aanpassing een substantiële wijziging is.
Vervangt een keuring de CE-markering na een wijziging?
Nee. De keuring toont aan dat het arbeidsmiddel in goede staat is en veilig functioneert. De CE-markering en de EU-conformiteitsverklaring zijn verplichtingen van degene die de machine substantieel heeft gewijzigd.
Wil je weten of je registratie per object klaar is voor een dossier dat tien jaar mee moet? De quickscan keuringsbeheer loopt in twaalf stellingen langs registratie, keuren, bewaken en aantonen.
